RA Nuland 55 Allerhande Acten (1764-1767)

RA Nuland 55 Allerhande acten 1764- 1767                                       versie 1.0

 

Blz 1 dd 20 maart 1764

Compareert

Wouterina dochter Bertus Gloudemans,

Geurt Crijnen

Bertus Gloudemans

Allen inwoners van Nuland en van competenten ouderdom, verklaren op verzoek van Hendrik Mannaerts, coopman in koperwerk

1e verklaart dat op 27 oktober 1761, daags na de Nulandse Markt in het huijs van haar vader is gekomen Gerard van Senderen, vorster alhier commanderen aan wijlen haar moeder een half soopje, zeggende dat hij naar Duijnendaal moeste gaan, en na het drinken daar naar toe ging, en een tijdje later terug kwam, en met haar moeder sprak en beide keren niet gezien heeft dat de Vorster dronken was. Verder dat de Heer Crohnen in de maand november van 1761 en toen omdat haar vader weg was, tegen haar moeder zei : Vrouw Gloudemans komt eens hier. Ze gingen beiden voor de deur, even later kwam haar moeder weer naar binnen en de dochter vroeg haar wat hij wilde, waarop zij antwoordde dat  Crohnen wilde dat zij een verklaring wou geven dat Van Senderen dronken was ten tijde van het dagement, maar dat ze dat niet kon verklaren, want ze had dat niet gezien.

2e verklaart dat hij op 27 oktober, smorgens om 8 uur de vorster van Senderen heeft gesproken, voor het huijs van Peter Quack, herbergier alhier, waarbij van Senderen zei: Jongens ik zou u beschenken, maar daar is geen drank meer”. Even later kwam van Senderen en zijn vrouw bij Geurt Crijnen, waarbij Geurt Crijnen vertelde geen van beide keren iets van dronkenschap gezien te hebben bij genoemde vorster.

Ze verklaren alle drie goed Josina Coenen gekend te hebben toen zij bij de Heer van Duijnendaal woonde, en haar altijd voor een ordentelijke vrouw hebben gehouden en nooit hebben gezien of gehoort dat zij aan de jenever of sterke drank was overgegeven.

De 3e verklaart bij zijn eerdere verklaring van 14 september 1763 te blijven.

Tekenen: RA Wierdsma, merk wouterina dochter Bertus Gloudemans, merk Bertus Gloudemans, Geurt Crijnen, Jacobus Langens, Adriaen Weijgergans, J Quirijns secr.

 

Blz 6 dd 20 maart 1764

Compareren

Peter Marcelus Quack,

Hendrik Hanegraaf

Antony Spierings en

Antony Blommers,

Allen inwoners van Nuland, van competente ouderdom, verklaren op verzoek van Hendrik Mannaertys, coopman in Koperwerk, dat zij blijven bij hun verklaring van 14 september 1763

De 1e verklaart dat het onwaarsachtig is dat hij jegens de Heer van Duijnendaal gezegt zou hebben “het volgende insubstantie dat op de Nulandse Markt den vorster van Senderen bij hem uit huijs zoude sijn  gekomen, en dien nagt paarde in straat (?) gehad, en den gehele nacht5 bij hem deponent geweest en aldaar zoveel jenever gedronken te hebben als er in huijs was, dat hij daarna met de anderen die bij hem waren nog zonde hebben laten halen dat hij zeer beschonken zoude sijn geweest, dat sijn vrouw hem nog coffij zouden hebben gegeven om nugteren te worden, dat de deponent vroeg te bed en vroeg op was gestaan, na zijn werk na de Elsbosch soude zijn gegaan, als de vorster nog aan sijn huijs soude zijn geweest, ( volgens de bewering) en van zijn werk thuis gekomen de vorster was al weg, zonder hem gezien te hebben, maar naar Duijnendaal soude zijn gegaan.

Hij zegt verder dat onwaarachtig is dat hij tegen de Heer van Duijnendaal gezegt zou hebben

-       dat hij omdat hij niet te huijs was, hij geen verklaring over de dronkenschap kon geven, want dat so lang men op de been kon houden, sonder vallen, men niet konde zeggen, die geen is dronken, (etc). Hij zal echter ook niet verklaren dat de vorster nugteren is, maar hij is de gehele nacht aan mijn huijs geweest en had redelijk wel jenever gedronken, zolange er wat in huijs was en zij nog meer hadden laten halen.

-       Dat het onwaarachtig was dat hij tegen zijn vader gezegd zou hebben dat hij geen verklaring aan de drost durfde te doen, die hem verboden had bij de Heer van Duijnendaal te komen, en dat hij hem in de thuijn van de Heer Speelman van Nuland hadde geroepen en hem daarnaar gevraagd had, sijn vader was boos op hem, en hem gezegd de volgende dag naar zijn huijs te komen, wat hij beloofde te doen, dat daarna de Heer van Nieuwland toen hij in de thuijn met de drost had gesproken, bij hem kwam en hem vroeg wat hij met de drost te doen had. Hij antwoordde van niets, waarna de Heer zei: ik zal jouw leren als ghij om een heer een ander zou onderdrukken, ik zal jouw uit het dorp jagen, als ghij de waarheijt niet en segt

-       En dat hij weijders tegen zijn vader sou hebben gezegd : zeg aan mijn heer ( van Duijnendaal) dat ik daar bij blijven, dat ik bij mijn Heer uijtgelegd heb, dat ik daarop mijn eed zal doen, als mijn heer mij dagvaard

-       Dat het wel waar is dat hij op de Nulandse markt  wel een vaatje genever heeft opgedaen, van ongeveer 14 kannen min een kwart, maar daarvan 1 en ¾ kannen aan een andere heeft overgegeven, verder is het waar dat hij op Nulandse markt voor 3 a 4 stuijvers genever bij Antony spierings is gehaald, toen de jenever bij hem op was. Dat de gearresteerde paarden op de 26e oktober zijnde Nulandse martkdag omtrent de avond in zijn huijs sijn in arrest gebracht en de vorster zei ”ieder de commandeert moet voor sijn eigen betalen”

De 3e Antony Spierings verklaart dat op de avond van 26 op 27 oktober door Peter Quack voor 3 a 4 stuijvers jenever is gehaald, dat hij de volgende oggens zonder de tijd te weten met de vorster op het marktveld alhier heeft gesproken, zonder aan hem enige dronkenschap te hebben bespeurt,

De 1e en 2e verklaren samen dat op 4 september 1763 Lammert Jan Maas gewesene arbeijder van de Heer van Crohnen in het huijs van Hendrik van der Aa te Geffen in bijwesen van de beiden heeft gezegd dat de vorster van Senderen, bij het doen van het dagement niet dronken was geweest, dat hij deze verklaring voor de Heer van Crohnen had gegeven, omdat hij daar werkte en zijn  kost moet winnen, en om aan sijn verdiend gelt te komen,

De 4e Anthony Blommers verklaart dat hij in de maand december 1761 bij de heer van Duijnendaal ontboden werd, waarbij de Heer van crohnen trachtte hem te overtuijgen om voor hem getuijgenis te doen, dat de vorster van Senderen op 27 oktober dronken zou zijn geweest, en dat Anthony in het dorsen der tarwe zoude hebben gezegt “het is hier niet regt, hier is tweederleij tarw, dan dat hij zulks heeft geweijgert omdat hij de vorster had gesproken die niet beschonken was.  Hij weet in het geheel niet dat hij in het dorsen der granen in de schuur van  genoemde van Senderen, zoude hebben gezegd “dat is hier niet klaar, dat is twederleij tarwe.

Hij verklaart verder dat het onwaarschijnlijk is dat hij in de maand november aan de Heer van Duijnendaal zoude hebben gezegd dat hij daags na de Nulandse markt – werkende met andere arbeijders aan het ophalen van de gragt  aan de seijde van het huijs, gezien zou hebben dat de vorster er erg beschonken aankwam , dat hij nauwelijks kon lopen en hij op zijn zak geslagen en van verre een papier gewesen, waarna hij in het huijs ging en Marcelis Quack tegen hem en de andere arbeijders zei “hoe durft het dronken beest nog in het gezicht van Mijn Heer komen? Mijn Heer zal hem zekerlijck de kamer uitschoppen, de kerel is niet bequaam de minste te doen.

Het was wel waar dat hij tegen de Heer van Duijnendaal zoude hebben gezegd dat hij met de andere arbeiders bij Gerardus van Senderen hadden 8 grote bedde tarwe gedorst, zonder precies te weten hoeveel garven het waren. Ze hadden vooral het laatste bedde zo groot gemaakt zodat er wel ruim 41 garven op een bedde konden rekenen, om zo veel eerder daar van af te komen, daarna zei Anthony: het deugd hier niet, het is hier niet klaar, ik heb van senderen zijn tarwe gemeijt en weet wel hoeveel het was, het mogt op zijn hoogste 200 garven zijn en daar moest de tiende nog af, het is Goddeloos hoe die keerel zijn Heer bedriegt. Hij verklaart verder dat de arbeiders de tarwe niet gewand hadden maar na gissing ruijm twee zakken zoude sijn geweest die nzij uijt de 8 bedden gedorst zouden hebben en dat het al te wel te zien zoude zijn geweest aan veranderingen van banden en strooij dat het niet eenderleij tarwe soude zijn en dat sij van Senderen toen hij in de schuur kwam aan hem vroegen”hoe kom je aan zoveel tarwe” en of er ook niet tarwe van de Heer bij zou zitten, van Senderen antwoord dat niet al het tarwe van de Heer naar Duijnendaal , ze hadden geschat dat ze er zes vat van konden dorsen dat hij dan gelukkig was, waarop van Senderen zei: wel 7 vat!

Het is daarentegen waar dat de Heer van Duijnendaal aan hem een geschrift toonde zonder te weten wat er stond, en de heer hem verzocht getuijgenis te doen , maar dat hij dat weigerde. Eindigende.

Tekenen: Peter Quack, Hendrik Hanegraaf, Antoni Blommers, Antoni Spierings,

RA Wierdsma, Schepenen: Jacobus Langens, Adriaan Weijgergans, J Quirijns, secr.

 

Blz  20 dd 10 april 1764

Koopvoorwaarden voor Augustinus van der Aa, inwoner van Nuland, die publeik zal verkopen

-       perceel teulland met houtwas, genaamd de Donk, gelegn te Nuland int Vinkel, ene zijde Pieter van Venrooij, andere zijde  erfgenamen Dirk Peter van der Aa, ene einde Adriaan van Aalst, andere einde de Weteringh, in de verpondingen 1-10-0, recht van uijtwegh neven Pieter van Venrooij van de Donk tot op de gemeene straat, ingezet door de Heer Speelman op 390-0-0 en 2 slagen van 2-0-0. Borg zijn de Drost en de Secretaris.

-       Streep teulland met houtwas genaamd het Hoogbos, groot 1,5 lopens, oost Piet van Venrooij, west Antonie Vorstenbosch, zuid het bosken en noord Willem Dirk Vorstenbosch, in de verpondingen 0-10-0, recht van overwegh neven Lammert van Rooij tot op de gemene straat, ingezet Jan Joosten Hanegraaf op 64-0-0, en 10 slagen totaal 10-0-0, borgen Hendrik van der Aa, Paulus Govers

-       Perceel teulland genaamd het Geercampke gelegen als voor groot 2 lopens met zijn houtwas en voorpotingen, oost Antonie Vorstenbosch, west de straat, zuid den Verkoper en noord Lammert van Rooij, ingezet door Hendrik van der Aa op 190-0-0 , afgehangen op 206-0-0, nog 10 slagen en nog 15 slagen, borg Jan Joosten Hanegraaf en de secretaris?

Tekenen: Augustinus van der Aa, RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J. Quirijns, secr,

Op 25 april uitgaan van het hoogsel

Tekenen: merk Jan Joosten Hanegraaf, Hendrik van der Aa, RA Wierdsma – op verzoek Hr Speelman, RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Paulus Govers, J Quirijns, secr.

 

Blz 36 dd 25 april 1764

Gerart Jan Aart de Mulder wonend binnen Nuland,  had overgegeven alle onroerende goederen die hem toebehoorden, ten behoeve van Jan en Augustinus van der Aa, onder voorwaarde, dat ze hem zijn hele leven lang zouden onderhouden, in kost, drank en kleederen, huisvesting. Zouden ze in gebreke blijven dan zou hij de goederen weer naar zich kunnen nemen, volgens akte voor de schepenen alhier dd 29 september 1752, en nu Augustinus enige van de genoemde goederen publiek heeft verkocht en waarvan het hoogsel vandaag zal uitgaan, zo compareren nu Augustinus van der Aa, wonend te Nuland en Hendrik van der Aa, zijn broeder, wonend te Geffen die beiden verklaren Gerart Jan Aart den Mulder zijn leven lang te zullen onderhouden, en verklaren zich persoonlijk daarvoor verantwoordelijk met al hun goederen.

Tekenen: Hendrik van der Aa, Augustinus van der Aa, Gerit van Gogh, Paulus Govers, Geerardt Jan Aart De Mulder, J Quirijns secr.

 

Blz 39 dd 18 mei 1764   borgbrief

Allegonda Jansen van Nuland gaat wonen te Berlicum is geboren uit een wettig huwelijk te Nuland.

Tekenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, Jacobus Langens en J Quirijns, scre.

 

Blz 41 dd 18 juni 1764

Heer Jacob Speelman, Heer van Nuland, verpacht aan de meest biedende verschillende percelen hooiland voor het jaat 1764 met de eijmet die de pachters zullen moeten weijden maar niet hooien, gevolgd door alle condities en voorwaarden.

-       15 hont op het voorst, achterst en middelst Nuland gepacht bij Peter Quack 25-15-0 en 2 slagen 0-10-0, Borgen: Cornelis van de Tillart en Dirk van Venrooij

-       8 hont te langst overt Nuland gepacht bij Cornelis van de Tillart 14-0-0, 2 slagen 0-10-0, Borgen: Peter Quack en Dirk van Venrooij

-       2,5 mergen, den Roosdomp , den bovenste gepacht bij Jacob Tijssen van Creij 23-5-0, 6 slagen 1-10-0, Borgen: Hendrik van Creij en Matijs van Creij

-       2,5 mergen, den Roosdomp , den benedenste gepacht bij Jan van Nuland, 25-5-0, 8 slagen 2-0-0, Borgen: antonie van Nuland, Antonie Hanegraaf

-       6 mergen in de 3e  camp van de Hoefdijk gepacht door Jan Leenders Verhoeven voor 41-10-0, 4 slagen 1-0-0, Borgen: Jan van Dinter, weduwe Dirk van Mil

-       14 hont in de eerste Hoef, aan de hoefdijck gepacht door Augustinus van der Aa, voor 26-5-0, 4 slagen 1-0-0, Borgen: Jan van Sleuwen, Adriaan Willems van Schijndel

-       3,5 mergen naast de 14 hont gepacht door Willem Dirk Sm its voor 37-0-0, 8 slagen en 3 slagen 2-15-0, Borgen: Nicolaas Bunthoff en Peeter van den Acker

-       3,5 mergen aldaar gepacht door Dirk Ermers van Nuland voor 36-10-0, 4 slagen 1-0-0, Borgen: Antonie van Nuland en …

-       4 mergen 4 hont aldaar op volgend gepacht door Antonie van Nuland 42-10-0, 8 slagen 2-0-0, Borg: Dirk van Nuland

-       4 morgen aldaar aan de agterdijck gepacht door Dirk Ermers van Nuland, voor 36-0-0, 2 slagen 0-10-0, Borgen: als voor

Totaal: 320-15-0

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J Quirijns.

 

Blz 49 dd 18 juni 1764

Op voorgaande voorwaarden van de Heer van Nuland zal Antonie Hanegraaf  de volgende hooilanden verpachten

-       2 morgen in de Korte Hoeven aan de Hoefdijck gepacht door Dirk Ermers van Nuland 23-10-0, 2 slagen 0-10-0, Borgen: als voor

-       2 morgen in de Rosmalense Hoeven benevens Reijne Cooij, op den bovenste lant gepacht door Antonie van de Wetering voor 16-0-0, 2 slagen 0-10-0, borgen Jacob van Stiphout en Nicolaas Bunthof

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J Quirijns.

 

Blz  51 dd 18 juni 1764

Op voorgaande voorwaarden van de Heer van Nuland zal Peeter van de Ven de volgende hooilanden verpachten:

-       3 mergen en 4 hont teijnde de Nulandse Cooij aan de noorden kant gapacht door Jacob van Creij voor 34-10-0, 2 slagen 0-10-0, borgen: Hendrik van Creij en Matijs van Creij

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J Quirijns.

 

Blz 52 dd 19 juni 1764 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Jenneke van der Aa, gaat wonen te Heesch

Tekenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns.

 

Blz 54 dd 22 sept 1764 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Catharina Dirks van Mil,

Tekenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Jacobus Langens, Paulus Govers, J Quirijns.

 

Blz 56 dd 17 oktober 1764

Voorwaarden waarna Jan, Peter en Dries Marcelusse Quack, Evert Lathouwers als gehuwd met Anna Maria Marcelusse Quack, tesamen voor 4/5 deel en dezelfde – gemachtigd door de schepenen alhier dd 17 oktober 1764 – voor hun minder jarige zuster Judik Quack, verkopen openbaar een huis en land alhier, aan het Marktvelt van ouds genaamd In den goeden Coop, groot 2 lopens en 25 roeden, oost Dirck Spierings, west en zuid de Heer van Nuland, de straat. Belast met 2-10-0 jaarlijks in een meerdere pacht aan comptoir van de Heer Tengnagel, ingezet door Mathijs Adriaans van Creij op  180-0-0. Afgehangen tot 181-0-0 door dezelfde, nog 10 slagen en nog 7 slagen.

Tekenen: Jan Ceele Quack, Peter Ceele Quack, Andries Quack, Evert Lathouwers, RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J. Quirijns, secr.

Op heden 23 oktober slaat de drossaard voor de Heer Jacob Speelman nog 13 slagen a 1-0-0. Borgen RA Wierdsma en J Quirijns,

Tekent RA Wierdsma, J Quirijns.

24 oktober uitgaan van de kaarsen: blijft hetzelfde,

Tekenen: RA wierdsma als gelastigde voor de Heer Jacob Speelman, RA Wierdsma, J Quirijns, Gerit van Gogh, Jacobus Langens.

 

Blz 68 dd 24 oktober 1764 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Roelof antony Kroon, gaat wonen te Delft.

Tekenen: Gerit van Gogh, Lambert van Bocxtel, Jacobus Langens, Hendrik van Bakel, J Quirijns, escr.

 

Blz 70 dd 26 oktober 1764 Staat en Inventaris

Door Johanna Dirks van de Goor, weduwe Jan Timmers wonend te Nuland van alle erfelijke en erfhafelijke goederen, ter erfrecht van de drie kinderen

Vaste goederen:

-       huis, akkerland en heijvelt, gelegen te Nuland iut Vinkel, oost de Heer van Engelen, west de Steegh, zuid de weduwe Sijmen van de Weteringh.

Meubilaire goederen en erfhafelijke goederen:

-       twee kisten

-       2 kasten

-       baktrogh

-       bed met toebehooren

-       tafel,

-       2 spinnewielen

-       een kopere koeijketel

-       kopere handketel

-       eijsere pot

-       eijsere ketel

-       eijsere haal

-       eijsere tangh

-       vuur schup

-       vuureijser

-       een kern

-       emmer

-       6 tinne lepels

-       tinne schotel

-       seijgschotel

-       2 houten stoelen

-       schup en een riek

Tekenen: RA Wierdsma, merk Johanna van de Goor, weduwe Jan timmers, Gerit van Gogh, J. Quirijns, secr.

 

Blz 74 dd 11 maart 1765

Compareert Jan van Gerwen wonend te Rosmalen, van competente ouderdom, verklaart over verzoek van RA Wierdsma, dat hij gehoort en gezien dat Gerrit Teunis Crol en Francis van Berchem, wonend alhier, op zondag 3 maart 1765 ’s avonds tussen 6 en 7 uur in huijs en herberg van Lourens van Gestel in het dorp van Rosmalen tegen elkaar kwestie en verschil kregen en Jacob Teunis Crol, broeder van Gerrit Teunis Crol het mes heeft uitgetrokken en Francis van Berchem die de vlugt had genomen, heeft nagelopen, maar de ruzie werd gestilt door tussenkomst van Jan van Gerwen en anderen, maar dat kort daarna Hendrik Antonie Hanegraaf, mede wonend te Nuland, daar ook present, zijn mes heeft uitgetrokken en daar mede over de muur gesneden heeft, waarna Gerrit Teunis Crol, Jacob Teunis Crol, Francis van Berchem en Wouter van Berchem – ook wonend te Nuland - ook hun mes uittrokken  en onder elkaar en met Hendrik Antonie Hanegraaf aan het vechten zijn geraakt. Van Gerwen zag na het gevecht dat beide broders Crol gequetst waren, maar niet gezien te hebben wie dat gedaan had.

Tekenen: merk Jan van Gerwen, Dirck Verstege, merk Jan Spierings, J Quirijns, secr.

 

Blz 77 dd 15 maart 1765

Compareren de armmeesters van de gemeentens of Groote Armen:  Adriaan Hanegraaf en Cornelis van Gemonde, verklaren dat de Regenten van het dorp aan hen betaald hebben:

- som van 300 gulden , volgens schepenschuld boref voor schepenen van Den Bosch dd 25 juni 1689, ten behoeve van Maria van Diepenbeeck, weduwe Aart Tijbosch, de Armen aangekomen van de erfgenamen van Claas Verstege,

Tekenen: Adriaan Hanegraaf, Cornelis van Gemonde, Hendrik van Bakel, Lambert van Boxtel, J Quirijns, secr.

 

Blz 80 dd 3 april 1765

Compareert Adriaan Wijgergans, weduwnaar van Jenneke Gerits van Venrooij,  verklaart afstand te doen ten behoeve van Antony Gerits van Venrooij, dirk Gerits van Venrooij, Roelof Verstege als gehuwd met Quirina Gerits van Venrooij en Francis Jansen van de Bogaart als gehuwd met Elisabeth Gerits van Venrooij, halfbroers en zusters van resp  zijn overleden huisvrouw Jenneke Gerist van Venrooij van het recht van Toght en de helft van de meubilaire en erfhafelijke goederen die zij samen bezaten, en verder de kleren van zijn vrouw, waarvan het erfrecht berust bij hun enig kind dat nu zelf is overleden waardoor het erfrecht nu op de aankomende verkrijgers terecht gekomen is

Tekent:  Adriaan Wijgergans, RA wierdsma, Hendrik van Gestel, J Quirijns secr.

 

Blz  82 dd 3 april 1765

Door het overlijden van Jenneke Gerits van Venrooij …. Gehele vorige acte….geven de verkrijgers nu  over – ook namens de absente Antonie Gerits van Venrooij  - nu aan Adriaan Weijgergans: de helft van alle meubilaire en erfhafelijke goederen en de kleren, voor een som van 50 gulden

Tekenen: merk Roelof Verstege, merk Dirk van Venrooij, merk Teunis Jansen van den Bogaart,

Hendrik van Gessel, RA Wierdsma, J Quirijns, secr.

 

Blz 86 dd 3 april 1765

Compareren Geurt van Kessel gehuwd met Dina van Osch, Gerit van der Louw als gehuwd met Johanna van Osch, beide kinderen van wijlen Jan van Osch, die een broer was van wijlen Geurt van Osch,

Johannes van Berlicum gehuwd met Johanna van Osch, Dirk van Venrooij gehuwd met Willemijna van Osch, en Gerit Sanders gehuwd met Francijna van Osch, zijnde alle kinderen van Peeter van Osch die ook een broer was van wijlen Geurt van Osch,

Gesamenlijk erfgenamen van Geurt van Osch, verkopen de vaste en erfelijke goederen, volgen de condities (…)

-       huijs, hoff en teulland gelegen alhier aan de heij, 5 lopens en 6 roeden, oost Jacobus van Berkel, west Jan van Nuland, zuid de gemeente, noord Jacobus Langens. Belast met 1-11-0 aan het comptoir van de heer Tengnagel en een pacht van 5 vaten rog aan het selve comptoir. Het huis wordt nu nog gehuurd door Jan Adriaan van Schijndel voor 20 gulden, ingezet door Dirck Sijmens van de Weeteringop 205 gulden , 2 slagen 2-0-0, borgen Lammert van Rooij en Lammert van Boxtel

-       streep teulland gelegen te Rosmalen op het Heeseijnt, groot 3 lopens en 38 roeden , oost RJ Aarts, west de Vrouw van Geffen, zuid van der Meulen en noord den Wegh, belast met een mud rogge met 6 gulden betaald aan Adam van Mierde Gasthuijs, perceel wordt nog gehuurt door Antonie Hanegraaf voor 12 gulden per jaar, ingezet door Johannes van Berkum op 70 gulden, opgehouden

-       8 hont hooi of weiland, te langst overt Nuland gelegen, oost Johannes van Berkum, west Heer van Nuland, zuid de Neteringsgraaf, noord den hoefdijck, ingezet bij Johannes van Berkum 151-0-0, afgehangen voor 162-0-0 door Lammert van Rooij en 10 slagen 10-0-0, Borg: Dirk van de Wetering en Gerit van Gogh.

Tekenen: merk johannes van Berkum, merk Gerit van de Louw, merk Geurt van Kessel, merk Dirk van Venrooij, merk Gerit Sanders, RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 107 dd 17 april 1765

Uitgaan van het hoogsel

Tekenen: Dirck sijmens van de Wetering, Lambert van Roij, Lambert van Bocxtel, Dirck Verstegen, Gerit van Gogh Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 108 dd 6 april 1765

Compareren Godschalk van de Ven en Jan Toon Hanegraaf, inwoners van Nuland en van compatenten ouderdom, verklaren voor de stadhouders der 4 kwartieren van de Meijerij waar te zijn:

De 1e verklaart dat hij op 7 december 1752 verhuisde van Heesch naar Nuland en op de kar van de 2e had geladen een kist met de kleeren en lijnwaet tot zijn lichaam behorende, een veren bed met toebehooren, leggende in een sak op de genoemde kist, zonder iets mee geladen te hebben, aangekomen op de Creemers dijck onder Heesch , alwaar hij 5 commiesen van de tol tegenkwam, alle te paard, namenlijk Willem Tabbers, commies van de Tol te Osch, Van de Vlaas, commies te Goirle, van Rijn, commies te Maarhees, van der Werken commies te Erp, en de commies van Oisterwijk, wiens naam hij niet kent. Hij moest vertellen wat hij bij zich had en zei “mijn kist met mijn goed, mijn bed met toebehooren niet anders al voor mijn eigen  lighaam, er op en er om, en wildet proberen, ik sal het laten sien. Een van de commiesen zei: dan slaan wij u aan over de pluijmen (?) en ghij moet mede naar Osch, naast het comptoir en zei tegen Jan Toon Hanegraaf de kar om te draaien om naar Osch te gaan, alhoewel hij dacht en vond dat hij geen tol verschuldigd was, maar om geen costbare procedures te krijgen, ging hij maar mee, en ging mee getieden in  accord en de zaak werd afgemaakt voor 10 gouden  ducaten, die hij ging lenen bij Christiaan Godschalx te Heesch en gaf dit aan de commiezen. Hij kreeg een tolbriefje, waarop hij het bedrag wilde hebben, waarop een van de commiezen zei: “soek je schelmen van ons te maken”. Hij ging naar Nuland en 2 dagen later naar Den Bosch op 9 december 1752 bij de Heer Antonie van Hansewijk, dei hem zei: “wat komt ge hier doen, ghij hebt geaccordeert, waarop hij zei, “dat is waar”, maar ik wilde slecht weten of sulcx regt of onregt was? Hansewijk antwoordde dat het regt was, maar omdat hij hem goed kende zou modereren bij zijn broer Johan van Hansewijk, waar Van de Ven de volgende dag naar toe moest gaan. Na verschillende pogingen kreeg hij 6 ducaten terug, zeggende “sie daar dat heb je weder, swijgt nu maar stil”.

Hij hoorde van zijn broer Peeter van de Ven, die nu overleden is, dat hij voor dezelfde affaire bij de Commies Willem Tabbers  te Osch, alwaar een seker persoon kwam vragen om een tolbriefje voor ene Jan Ploegmakers om een bed te verhuijsen van Heesch naar Nuland, en Tabbers zei: daar is geen tol voor nodig. Hij heeft er geen attestantie van laten maken, want wilde geen kostbare procudures krijgen.

De 2e Jan Toon Hanegraaf verklaart en ondersteunt het bovenstaande verhaal geheel!

Tekenen: Godschalk van de Ven, Jan Toon Hanegraaf, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocstel, J Quirijns, scer.

 

Blz 118 dd  22 mei 1765 borgbrief

Alhier geboren uit wettig huwelijk Cornelia van Vugt, weduwe van Gerrit van der Poel, geboren alhier te Nuland, voornemens te gaan wonen te Orthen met haar 7 kinderen

Tekenen: Lambert van Bocxtel, Dirck Verstegen, Gerit van Gogh Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 120 dd 25 mei 1765

RA Wierdsma ondervraagt Hendrik Hanegraaf, inwoner van Nuland, oud 40 jaar, verklaart dat er op 13 mei 1765, zijnde Nulandse Markt, in zijn huijs en herberg is geweest Gijsbert Toon Leermans, wonend voor knegt bij Giele van Nuland, te Nuland, en Joost Jan Harre, wonend als knegt bij Lammert van Rooij alhier te Nuland. Zij kregen een questie met elkaar, er waren verder in huis: Paulus en Hendrik Aart Driessen van Grinsven die voor oppassers in zijn huijs hebben geageert.

Ze trokken messen tegen elkaar en begonnen te vechten. Dit gebeurde buiten het huijs, hij liep er met een stuk hout tussen om hen te scheiden. Hij zag niet dat Leermans aan Harre een kwetsuur over zijn aangesicht kreeg

Tekenen: Hendrik Hanegraaf, Hendrik van Bakel, merk Jan Spierings, J Quirijns secr.

 

Blz 124 dd 11 juni 1765 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Willemijn Paulus de Vries en heeft gediend te Rosmalen en Berlicum

Tekenen: Gerit van Gogh Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 126 dd 28 juni en 3 juli 1765

Voorwaarden voor de openbare verpachting door De Heer Jacob Speelman, Heer van Nuland, van verschillende percelen hooiland voor het jaar 1765 met de eijmet die de pachters zullen moeten weijden maar niet hooijen.

-       16 hont op het voorst, achterste en middelst Nuland gepacht door Jan van Sleuwen, voor 24-5-0, 4 slagen tesamen 1-0-0, borgen Augustinus van der Aa, Willem Jan Peters,

-       8 hont te langst overt Nuland door Hendrik Dirks van der Loop voor 14-0-0, 2 slagen samen 0-10-0, Borg Jan Ruijs

-       2,5 mergen den Roosdomp, den bovenste, gepacht door Johannes Gloudemans voor 22-10-0, 1 slag 0-5-0, borg Bertus Gloudemans en Antonie Leermans

-       2,5 mergen aldaar de benedenste, gepacht door Antonie Leermans voor 19-10-0, 4 en 2 slagen 1-10-0, borg Johannes Gloudemans en Bertus Gloudemans,

-       6 mergen in de 4e camp van den Hoefdijck gepacht door Aart van Heesch voor 38-5-0, 4 slagen 1-0-0, borg Gerit van Uden en Gerit Hendriks van de Ven,

-       14 hont in de eerste hoef aan den Hoefdijck gepacht door Marcelis van Dongen voor 19-15-0, 6 slagen 1-10-0, 2 slagen Claas Bunthof, borgen Marcelus van Dongen en Willem Smits

-       3,5 mergen naast de 14 (?) hont gepacht door Antonie Hanegraaf 30-10-0, 3 slagen en 2 slagen 1-5-0, borg Francis van Berchem, Johannes Verstegen

-       3,5 mergen aldaar door Hendrik van Creij voor 29-5-0, 3 slagen 0-15-0, borg Piet van Venrooij en Aart Hanegraaf,

-       4 mergen en 1 hont aldaar volgend gepacht door Adriaan van Schijndel 30-10-0, 5 slagen 1-5-0, 2 slagen 0-10-0, borg Dirk Verstege, Johannes Verstegen

-       4 mergen aldaar aan de agterdijck, door Marcelus van Dongen voor 24-15-0, 10 slagen 2-10-0, 2 slagen 0-10-0, 2 slagen 0-10-0, 2 slagen Adriaan Hendriks van Nistelrooij 0-10-0, borg Antonie Hanegraaf en  Hendrik van Schijndel.

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, J Quirijns, secr.

 

Blz 136 dd 28 juni 1765

Antonie Hanegraaf verpacht onder dezelfde condities hooiland:

-       2 mergen in de Korte Hoeve aan den Hoefdijck gepacht door Jan Ruijs op 18-5-0, 4 slagen 1-0-0, 2 slagen 0-10-0, 4 slagen weduwe Ermert van Nuland 1-0-0, borg Jan Ruijs, Dirk Verstegen

-       2 mergen in de Rosmalense Hoeve in 4 mergen bij Reijne Cooij, aan de benedenste Cant, gepacht door Gerit van den Acker 12-5-0, 1 slag 0-5-0, borg Jan van Hees, Gerit van Uden

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, J Quirijns

 

Blz 138 dd 28 juni 1765

Jan Joosten Hanegraaf als voogd over het onmondige kind van Hendrik Spierings verpacht onder dezelfde condities hooiland:

-       1 mergen  den bovenste in den eijkeman, opt Agterste Nuland, gepacht door Hendrik van Nuland, 9-5-0, 2 slagen 0-10-0, borgen Jan Ruijs en Dirk Verstege

-       1 mergen aldaar de benedenste, gepacht door Hendrik van Nuland 11-5-0, 1 slag 0-5-0, borg als voor

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, J Quirijns

 

Blz 140 dd 28 juni 1765

Dirk van Vugt ten behoeve van de Weduwe Gerit van de Poel verpacht op voorstaande condities hooiland, den eijmet gereserveert

-       1 mergen voor en midden opt Nuland gepacht door Antonie Leermans voor 12-5-0, 1 slag 0-5-0, 1 slag Jan Ruijs 0-5-0, dezelfde 1 slag 0-5-0, borgen Dirk Verstegen en Gerit van Gogh,

-       1 mergen daar teijnde opt Agterste Nuland gepacht door Gerardus van Senderen op 10-5-0, 1 slag 0-5-0, 1 slag Jan Ruijs 0-5-0, 1 slag deselve 0-5-0, borg als voor

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, J Quirijns

 

Blz 142 dd 3 juli 1765

Schalk van de Ven verpacht onder voorwaarden stukken hooiland

-       2 hont voor opt Nuland gepacht door Gerardus van Senderen voor 6-0-0, 1 slag 0-5-0, borg Willem Smits , Antonie Leermans,

-       1 mergen te langst overt Nuland, gepacht door Jan Klaas Palsmans, voor 8-5-0, 2 slagen 0-10-0, borg Francis van den Acker en Piet van Soggel

-       10 hont te langs overt Nuland, gepacht door Bartel Jansen van de Ven voor 14-0-0, 2 slagen 0-10-0, borg Claas Bunthof, Marcelus van dongen,

-       8 mergen in de Corte Hoeven, 2 mergen daarvan in de voorste Camp aan den bovenste kant, door Adriaan Hendricks van Nistelrooij voor 21-15-0, 4 slagen 1-0-0, borg Antonie Hanegraaf en Hendrik van Schijndel

-       2 mergen daarvan aan de benedenste kant door Adraan Hendriks van Nistelrooij voor 23-0-0, 4 slagen 1-0-0, borg als voor

-       2 mergen daarvan in de agsterste camp aan de bovenste kant, gepacht door Heijmerick Aarts tot Uden, voor 19-10-0, 2 slagen 0-10-0, borg Jan van Nuland, Gielen van Nuland

-       2 mergen daarvan aan de benedenste kant door Heijmerick Aarts tot Uden voor 22-0-0, 2 slagen 0-10-0, 1 slag Jan Langens 0-5-0, 2 slagen Heijmerick Aarts tot Uden 0-10-0, borg  als voor

-       0,5 mergen onder in Lithoijen in Nelis Hoeff den bovenste gepacht door Pieter van Soggel op 8-15-0, 1 slag 0-5-0, borg Antonie van Hees en Claas Palsmans

-       0,5 mergen den benedenste gepacht door Willem Huijbers op 8-10-0, 1 slag 0-5-0, borg Piet van soggel en Claas Palsmans

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, J Quirijns

 

Blz 152 dd 30 juli 1765

Compareert Vrouwe Josina Catharina de Swart, huisvrouw van Mr. Diderick Swavingh, advocaat voor de Hove van Utrecht, machtigd Mr. Carel Philip van Cuijlenborgh, advocaat voor eerder genoemde Hove, om alle kleren zo van zijde, linnen en wol, beneffens de meubels en huisraad over te dragen ( onduidelijke inhoud aan wie het overgedragen wordt?)

Tekenen: JC de Swart gehuwd met Swavingh, Hendrik van Bakel, merk Jan Spierings, J Quirijns , secr.

 

Blz 155 dd 31 juli 1765

Compareert

Juffr. Hendrina Adrietta Crollius Piek, huisvrouw van de weleerwaarde heer Joachem Fernandus Schouten a Sprenkhuijsen, predicant van Geffen en Nuland, wonend te Geffen,

Elisabeth Stellart huisvrouw van Hermanus Vermeulen wonend alhier die op verzoek van de Heer Diederick Swavingh, advocaat van de Hove van Utrecht, verklaren waar te wesen:

Dat zij s nacht tussen de 19e en 20e juli 1765 in het woonhuijs van de Heer RA Wierdsma, drossaard alhier, hebben geassisteert bij de verlossing van Vrouwe Josina Catharina de Swart, huisvrouw van de Requirant, en zij is bevallen rond de klok van 2 uur van een zoon

Tekenen: Hendriena A Crollius Piek, gehuwd met Schouten , elisabeth Stellart gehuwd met Vermeulen, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns, secr.

 

Blz 157 dd 23 augustus 1765

Compareert Wilhelmina Peperkoorn, weduwe wijlen Jacob Dirk Cremers, in leven erfsecretaris en eigenaar van de erfvorsterij alhier, als moeder en voogdesse over haar 8 onmondige kinderen, die nu eigenaar zijn van de erfvorsterij, geeft aan haar vertrouwen te stellen in Jacobus Ackermans, zijnde van de ware gereformeerde religie, en stelt hem aan als vorster en gerechtsbode van de HH Nuland, vacant door de vrijwillige afstand door Gerardus van Senderen, met tractement zoals gebruikelijk, na toestemming van de Staten Generaal, etc.

Tekenen: merk Willemijna Peperkoorn, weduwe Jacob Dirk Cremers, Hendrik van Bakel, Dirk Verstege, J Quirijns, secr.

 

Blz 159 dd 16 september 1765 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Christiaan Jan Bosch, gaat wonen te Voorburg,

Tekenen: Lambert van Bocxtel, Gerit van Gogh, Dirk Verstege, merk Jan Spierings, J Quirijns, secr.

 

Blz 161 dd 10 november 1765

Compareert Jacobus Ackermans, door wijlen Juffr willemijna Peperkoorn, in haar leven weduwe van Jacob Dirk Cremers, aangestelt tot vorster  deser HH, geeft dat hij dit ambt gekregen heeft onder de volgende condities:

-       dat hij jaarlijks betaald de som van 18 gulden

-       is in dienst getreden op 16 september j.l., als er achterstand van 3 of meer jaren in betaling ontstaat zijn de erfgenamen vrij de vorsterambt van hem af te nemen

Compareren hier mede Dirck Akkermans, wonend te Berlicum en Jacob van der sluijs, wonend te Rosmalen, die zich tot borg stellen.

Tekenen: Jacobus Ackermans, D. Ackermans, J vd Sluijs, RA wierdsma, merk Jan Spierings, j Quirijns, secr.

 

Blz 165 dd  23 december 1765

Compareert Jan van Beresteijn, gepensioneert Major vant regiment van heer generaal majoor Baron van Holsten, en commandeur vant gedemolieerde fort St Antonie, wonend alhier, verklaart op zijn woord van eer, dat zijn dochter vrouwe Maria Francisca, thans getrout met de Heer RA Wierdsma, drossaard deser HH, is geboren te Menen op 1 januari 1731,

Tekenen: J van Beresteijn, Dirk Verstege, merk Jan Spierings, J Quirijns, secr.

 

Blz 166 dd ondervraging , niet gepasseert

Door RA Wierdsma van Jan Hendrik Rovers, 49 jaar oud, diens huisvrouw Jenneke van der Donk, ruim 40 jaar, hun knegt Jan Everts, 36 jaar en Peter Adriaan Hanegraaf, oud 25 jaar, alle inwoners alhier,

Peter Adriaan Hanegraaf verklaart dat hij op zaterdag 28 december is geweest in het huijs en herberg van Jan Hendrik rovers, hij kwam om ca. 4 uur en vertrok om 6 uur.

Jan Hendrik Rovers en diens vrouw verklaren dat Gijsbert Cobus van der Heijden, wonend voor knegt bij de oudpresident Jan wolfs,  en Cornelis Adriaans van Creij, wonend voor knegt bij Jan Tijsse van Creij, kwamen om 3 uur en gingen op 7 uur.

De eerste 3 comparanten verklaren niet gehoord te hebben dat er kwestie of verschil geresen was tussen de aanwezigen.

Op de vraag of ze niet gezien hadden dat Gijsbertus Cobus van der Heijden zijn mes trok tegen Cornelis Adriaans van Creij, verklaren Jan Hendrik Rovers en zijn knegt dat ze zagen dat Van der Heijden zijn mes trok, maar niet gezien te hebben dat Van Creij ook zijn mes trok, de vrouw heeft niets gezien.

Rovers en hun knecht verklaren dat Van der Heijden uit de herberg te hebben gezet en dat van Creij binnen is gebleven.

Jan Hendrik Rovers verklaart dat Van der Heijden weer naar binnen kwam en van Creij uitmaakte voor een schelm en dat er tussen hen wat woorden vielen, de vrouw van Rovers heeft niets meer gehoort en de knecht was de beesten gaan voederen.

Jan Hendrik Rovers zag dat Van Creij aan vd Heijden een klap in zijn gezicht gaf, maar heeft niet gezien dat van Creij zijn les trok en van der Heijden een snee toebracht in zijn aangesight.

Rovers verklaart dat vdHeijden een kwetsuur in zijn aangesight had, maar dat was enige tijd nadat hij een klap van Van Creij had gekregen, de knegt zag bij terugkomst dat van der Heijden een kwetsuur in zijn gezicht had.

Einde acte.

 

Blz 174 dd 13 januari 1766

Compareert Gijsbert Cobus van der Heijden wonend te Nuland oud ca. 21 jaar, verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat hij op zaterdag 28 december 1765 met Cornelis Adriaans van Creij inwoner alhier, in het huijs en herberg van Jan Hendrik Rovers te Nuland, en met van Creij ruzie kreeg, waarop van der Heijden zijn mes uittrok, en vervolgens door Rovers buiten werd gezet, dat hij enige tijd later weer binnenkwam en weer ruzie kreeg met genoemde van Creij, die hem een slagh op het hoofd gaf met de hand, en meeteen een kwetsuur of snee in het aangezicht toebracht.

Tekenen: merk gijsbert Cobus van der Heijden, merk Jan spierings, Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 176 dd 13 janauri 1766

Compareert Johannes Cobus van der Heijden oud ca. 12 jaar wonend te Nuland verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat hij samen met zijn broer Gijsbertus Cobus van der Heijden en Cornelis Adriaan van Creij , en ondersteunt de verklaring van zijn broer met zelfde woorden,

Tekenen:  merk Johannes Cobus van der Heijden, merk Jan spierings, Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr

 

Blz 178 dd 22 januari 1766

Ondervraging door RA Wierdsma van Jan Hendrik Rovers, 59 jaar, beide ruziemakers waren bij hem vanaf 3 uur in de middag tot 7 uur in de avond. Van der Heijden was door hem buiten gezet en daarna vielen er enige woorden tussen hen, verklaart dat van der Heijden zijn mes trok en hij hem toen heeft buiten gezet. Van der Heijden kwam weer binnen, waarna van Creij naar buiten of uit de kamer ging. Van der Heijden had toen geen kwetsuur aan zijn aangezicht. Toen van Creij weg was, maakte van der Heijden hem uit voor een schelm, waarna er woorden vielen toen van Craaij weer terug was in de kamer. Rovers zag dat van Creij een slag gaf op het hoofd van Van der Heijden, maar heeft niet gezien dat hij mes een mes een snee toebracht aan het gezicht van Van der Heijden. Hij zag het niet want hij zat naast van Creij bij het vuur. Van der Heijden sprong op en voor het ligt buiten de schouw kwam, en toen pas zag dat hij in het gezicht gekwetst was. Hij heeft de wond uitgewassen en gevisiteert, beginnend bopven op het voorhoofd tot ter zijde de neus, Van Creij was meteen na de slag uit het huijs gegaan. Hij verklaart opnieuw niet te weten van de woordenwisseling tussen de 2. Hij heeft ook niet gezien dat er iemand anders de snee toegebracht had.

Tekenen: Jan Rovers, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns

 

Blz 189 dd 27 januari 1766

Ondervraging door RA Wierdsma van Peter Adriaan Hanegraaf, 25 jaar, hij was op die dag om 4 uur in de herberg van Jan Hendrik Rovers, en vertrok tussen 6 en 7 uur. Hij kwam en ging  samen met Cornelis Adriaan van Creij, hij heeft niet gehoort van een ruzie tussen beiden. Bevestigd dat Vander Heijden het mes trok en buiten werd gezet door Rovers, kwam weer terug, waarna van Creij uit de kamer ging. Van der Heijden had toen nog geen wond, heeft niet gehoord dat van der Heijden van Creij een Schelm noemde en er vielen ook geen woorden tussen de 2. Hij heeft ook niet gezien dat van Creij aan van der Heijden een slagh op zijn hoofd gaf en met een mes een snee toebracht. Hij heeft geen snee of wonde gezien bij Van der Heijden. Hij verklaart tot slot dat hij geen samenspraak met van Creij heeft gehad over het geval.

Tekenen: merk Peter Adriaan Hanegraaf, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns

 

Blz 200 dd 29 januari 1766

Ondervraging van Jenneke van der Donk, huisvrouw van Jan Rovers, oud 40 jaar, en Jan Everts hun knecht, oud 36 jaar.

De vrouw heeft Van der Heijden niet meer terug zien komen, want zij was het huis uit gegaan, Everts heeft dat wel gezien en ook gehoort dat Van der Heijden smeelde over van Creij, maar niet dat daar ruzie van was gekomen.

De knegt zag de wond van Van der Heijden pas toen hij voor het ligt kwam,

Tekenen: merk Jenneke van der Donk, merk Jan Everts, Hendrik van Bakel, Gerit van Gogh, J Quirijns

 

Blz 209 dd 29 januari 1766

Compareert Jacobus van der Heijden, inwoner alhier van competente ouderdom, verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat hij op die avond hoorde dat zijn zoon Gijsbertus een wond had gekregen, en die avond verhaal ging halen bij Rovers die het bekende verhaal vertelt, dat Vander heijden na buitengezet te zijn, weer binnenkwam en ging zitten bij het vuur en er woorden waren tussen hem en van Creij, waarop van Creij sloeg en er meteen een wond was, “het was er meteen deur”

Tekenen: Merk Jacobus van der Heijden, Hendrik van Bakel, Gerit van Gogh, J Quirijns

 

Blz 212 dd 6 februari 1766

Verklaring op verzoek van willemijn de Vries, dochter van Paulus de Vries, gewesen soldaat in dienst van dese staat, dat zij met haar ouders hier woonachtig is geweest, te Rosmalen en Berlicum heeft gediend, en zich altijd goed heeft gedragen,

Tekenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

Blz 213 dd 26 februari 1766

Verzoek van de gezamenlijke meerderjarige erfgenamen van wijlen Antonet aent Hoogh, dat de minderjarige kinderen Peter en Willemijn kinderen van wijlen Gerardus Bijveld en Hendrien Adriaans van Creij, van voogden moeten worden voorzien, voorgesteld worden Adriaan Willems van Craaij en Francis Ploegmakers,

Hendrien van Craaij is de dochter van genoemde Adriaan van Craaij en Elske Bijvelt.

Tekenen: Adrijaen van Creij, Francis Janse Ploegmakers, RA wierdsma, Gerit van Gogh, Dirck Verstege, Lambert van Bocxtel, Jan Ruijs, Hendrik van Gessel, merk Jan Spierings, J Quirijns, secr.

 

Blz 217 dd 2 april 1766

Staat en Inventaris van Teuntje Peters aant Hoogh geformeert naar de opgave van Adriaan Willems van Creij,

Vaste en onroerende goederen en rente staan vermeld in protocol van taxaties dd. 26 februari 1766,

Meubilaire goederen:

-       5 kasten

-       3 kisten

-       tafel

-       7 stoelen

-       klein schouwkleet

-       twee bedden met toebehooren

-       twee gardijnen

-       3 moespotten

-       een naaijkussen

-       3 handketels

-       kopere koeijketel

-       koekepan en hangeijser

-       vuurpan

-       2 vuurschuppen en 2 tangen

-       eene russel

-       2 spiegels

-       2 vleijsgavels

-       2 stoven

-       2 kopere kannen

-       een lijvit mandje

-       2 kopere melkemmers

-       een theebus

-       een half dosijn kopjens en schoteltjens

-       kopere deurslagh

-       tinnen pintje

-       13 tinnen schotels

-       tinnen beker

-       lepelbord met 10 tinnen lepels

-       2 sout vaten

-       tinnen waterfles

-       coffijpot

-       trekpot

-       twee komkens

-       schuimspaan

-       spinnewiel

-       4 tafellakens

-       blaaspijp

-       haal en lankhaal

Kleren, goud en silverwerck:

-       12 hemden

-       2 gouden vinger ringen

-       2 gouden oorringen

-       een boek met een silveren slot

-       een silver eijser

-       2 stikleijven

-       2 paar kousen

-       2 paar klompen

-       een paar muijlen

-       een paar schoen

-       3 stoffen schorten

-       2 jacken

-       2 tipmutsen

-       een falie

-       3 servetten

-       3 voorschoten

-       2 sije kovels

-       2 borstrokken

-       1 paar handschoen

-       4 witte neusdoeken

-       6 witte kovels

Tekenen: Adrijaen Willems van Creij, RA wierdsma, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, Gerit van gogh, loco secr.

 

Blz 222 dd 25 maart 1766

Compareert Jan Hendrik Rovers, verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat hij op zaterdag 8 maart 1766 met verschillende mensen was in het huis en herberg van Antonie Hanegraaf, te Nuland, waarbij zijn knecht Jan Evers met Peter Bogers bezig was met krabbelvuijsten of met de handen te vechten. Met zijn broer Peter Rovers heeft hij de vechtenden gescheiden, waarna zijn broer naar de keuken ging en hij hem kort daarna volgde, alwaar hij zag dat zijn broer afgeslagen werd met knuppels door Hospis Antonie Hanegraaf, zijn twee zoons Jan en Hendrik en Francis van Berghem, alle inwoners alhier. Hij wilde zijn broer ontzetten maar kreeg ook klappen met de knuppels, o.a.op zijn hoofd had hij twee kwetsuren, slagen op zijn hand, rug en in zijn rechter zijde, waaraan hij nog veel pijn heeft, terwijl hij niet weet wie de klappen uitgedeelt hebben.

Tekenen: merk Jan Hendrik Rovers, Dirck Verstegen, merk Jan Spierings ( eigen gestelt), J Quirijns.

 

Blz 226 dd 2 april 1766

Compareert Peeter van Mil wonend alhier, verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat hij op zaterdag 8 maart 1766  in de herberg was, hij bevestigd het bovenstaande verhaal geheel, weet verder er niet van.

Tekenen: merk Peter van Mil ( eigen gestelt), Gerit van Gogh, Lambert van Bocxtel, loco secr. Hendrik van Bakel.

 

Blz 229 dd 14 april 1766

Voor waarden voor de openbare verpachting van Juffr Maria van Heesch van enige hooilanden en een perceel teulland,

-       perceel teulland onder Nuland genaamd den LegenHoff  gepacht door Francis de Haan voor 18-10-0, 4 slagen idem, 1-0-0, 2 slagen Dirk van Vugt 0-10-0, 20 slagen Hendrik Brok, borgen Dirk van Vugt, Antonie Hanegraaf,

-       11 hont hooiland neffens de kerkdijck genaamd Bakkerscamp, gepacht door Jan jansen van Helvert op 26-10-0, 3 slagen 0-15-0, borg Dirk van Nuland en Antonie Hanegraaf,

-       ½ mergen weiland zijnde de Langencamp gepacht door Adriaan van Creij op 4-6-0, 3 slagen 0-15-0, borg Jacobus en Adriaan  van Creij

-       2 mergen hooiland in den langencamp gemeen met de erfgenamen Teuntje Peters Aent Hoog, door Antonie van Nuland 22-6-0, 2 salegn 0-10-0, borgen Dirk en Hendrik van Nuland

-       14 hont hooiland in de gemeene Hoeve, door hendrik Brok op 27-18-0, 25 slagen, borgen als voor

-       ½ van 5 mergen hooiland in de korte hoeve door Hendrik van Nuland, 26-2-0, slagen 0-10-0, borgen Dirk van Nuland, Gijsbert van Houtem

-       7 hont hooiland opt Agterste Nuland, in den afgegraven Camp, door Dirk van Vugt 11-0-0, 1 slag 0-5-0, borg Antonie Hanegraaf en Hendrik Brok

-       2 mergen hooiland aldaar door Dirk van Vugt op 22-0-0, 1 slag 0-5-0, borg als voor

-       3,5 mergen voor en midden opt Nuland door Wouter van Sleuwen, voor 41-4-0, 4 slagen 1-0-0, 2 slagen 0-10-0, borg Welle van de Ven en Hendrik van Nuland

-       onder Rosmalen 2 mergen hooiland neven de kerkdijk, door Antonie van Nuland 16-15-0, 2 slagen 0-10-0, borg als voor

-       10 hont hooi of weiland neven de kerkdijk, genaamd de Spellenmaker door Dirk van Nuland, 15-0-0, 4 slagen 1-0-0, borgen Hendrik van Nuland en Gijsbert van Houtum,

-       4 hont hooiland in een meerdere camp genaamd den ingebieder, door Gijsbert van Houtem op 5-6-0, 1 slag 0-5-0, borg Dirk en Hendrik van Nuland

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, merk Jan SpieringsJ Quirijns, secr.

 

Blz 239 dd 30 april 1766

Compareren

- Gerardus Bijvelt

- Jan van Grinsven, gehuwd met Maria Bijvelt

- Adriaan van Creij en Francis Ploegmakers als voogden over Peter en Willemijn Bijvelt

(alle 4 kinderen van wijlen Gerardus Bijvelt, die een halfbroer was van wijlen Antonet aent Hoog,

-       Gerrit van Creij, Jacobus van Creij, Anna Geertruij van Creij, Johanna van Creij, Baltus Langens gehuwd met Pieternel van Creij, Geerit Geelings als gehuwd met Maria van Creij,

-       verder Adriaan van Creij en Francis Ploegmakers als voogden over Hendrien van Creij,

-       allen kinderen van Adriaan van Creij en Elske Bijvelt, half zuster van genoemde Antonet aent Hoog,

ieder voor 1/11 erfgenaam van Antonet aent Hoog, volgens testament dd 14 mei 1764 voor schepenen van Nuland, en maken nu een erfdeling:

eerste lot: Anna Geertruijda van Creij

-       een huis genaamd het Leijenhuisken met schuur, hof en ackerland , groot 1 lopens, gelegen in de Crommenhoek, oost Grietje van de Ven, west de gemeene straat, zuid Jacobus Langens, noord Paulus Govers

-       morgen hooiland agter opt Nuland, oost het Gasthuis achter de drie mollen te Den Bosch, west de armen van Heesch, zuid het agterst Nuland, noord Hoefdijck

-       3 hont hooiland, op het agterst Nuland, oost de kinderen Jan van Loon, west de Vrouw van Geffen, zuid het middelst Nuland, noord de Hoeffdijck, belast met 9 voet zeedijck, paal 9.

Tweede lot: Jacobus van Creij

-       huis en land daaraangehorende groot 47 roeden, alhier gelegen op Adriaan Lensen Acker, oost de Straat, west Dirkske van Vlijmen, zuid Gerit van Gogh, noord den verkrijger.

-       2 lopens en 27 roeden teulland gelegen alhier aant Ven, oost Dirkske van Vlijmen, west Jacobus Langens, zuid Gerit van gogh, noord het Ven

-       perceel teulland, genaamd het Coolcampke, groot 1 lopens en 14 roeden, gelegen alhier aant Ven, oost en noord Jacobus Langens, west Paulus Govers, zuid Heer van Crohnen,

-       perceel teulland, mede genaamd het coolkampke, groot 1 lopens en 15 roeden, gelegen nevens het voorgaande perceel

-       3 en ¼ hond hooiland, gelegen onder Osch op cruijsenbeemd, ene zijde Jan Teunis Cocken, andere zijde de Armen van Geffen te samen omrijdende, schietende van de Ossche Wetering tot op den Kruijssenbeemdse dijck

Belast met 2-16-0 jaarlijks aan het comptoir van de Heer Rentmeester Tengnagel, gaande uit de Koolkampkes

Derde lot: Hendrien van Creij

-       stuk teulland genaamd Bollers Acker, groot 5 lopens en 28 roeden gelegen alhier aan de Santstraat, oost en zuid Jacobus Langens, west de Heer Peelman, noord de Santstraat

-       8 hont weiland, neffens het Groot Hoog, oost de erfgenamen Marie van Heesch, west het groot hoog,  zuid het Bosstraatje, noord de Weteringsgraaf, belast met 8 voet Zeedijck , paal 144

Vierde Lot: Jan van Grinsven, gehuwd met Maria Bijvelt

-       huis en aangelag groot 5 lopens en 36 roeden onder Rosmalen op het Heeseind, oost de gemeene straat , west Hendrik Joost Hanegraaf, zuid de weduwe Ermert van Nuland

-       perceel teulland gelegen als voor genaamd Heservelt, groot 2 lopens 25 roeden, oost de Weduwe van Nuland, west de Vrouw van Geffen, zuid de weduwe van Nuland,

-       perceeltje teulland eertijds een houtbosje, oost de verkrijger, noord Van rijn, zuid Adriaan van Creij

Te samen belast met rente van 2-10-0 in een meerdere pacht van 8 gulden aan het Weeshuijs te Den Bosch, item 1-3-0 aan net zelfde weeshuijs, een half vat rog aan de kerk van Rosmalen.

Vijfde lot: Peter Bijvelt

-       4 lopens en 27 roeden teulland gelegen alhier aan de heij, oost Jacobus Langens, west Peeter van de Ven, zuid de Heer van Nuland, noord de Middelwegh.

-       2 mergen hooiland, gelegen alhier in de afgegraven Camp, oost en west de erfgenamen Marie van Heesch, zuid het middelst Nuland, noord den hoefdijck,belast met 12 voet zeedijck, paal 100

Zesde lot: Johanna van Creij

-       perceel teulland genaamd Bellers Acker, groot 5 lopens en 45 roeden, gelegen alhier op de Ackers, oost en noord de Heer Nagelmakers, west Gerit van Gogh, zuid den Middelwegh

-       2 mergen en een hond hooiland alhier in de Korte Hoeven, oost de kinderen Jan van Grinsven, west Heer van Nuland, zuid den Hoefdijck, noord de erfgenamen Marie van Heesch

Zevende lot: Gerit van Creij

-       perceel teulland gelegen alhier aant Ven, groot 6 lopens en 21 roeden, oost de Straat, west Dirkske van Vlijmen, zuid Jacob van Creij, noord ’t Ven. Belast met 5 gulden jaarlijks aan Rentmeester Tengnagel

-       8 hond hooiland, gelegen te langst overt Nuland, oost den Armen van Nuland, west Gerit Geelings, zuid de Neteringsgraaf, noord de Hoefdijck, belast met 9 voeten dijk, paal 258

-       perceel teulland genaamd Dirk Sepen streep alhier op de Ackers, groot 1 lopens en 43 roeden, oost Claas Gloudemans, west den Armen alhier, zuid de Middelwegh, noord Heer Nagelmakers

Achtste lot: Gerit Geelings

-       2 mergen hooiland gelegen alhier inden langen camp, west Adriaan van Creij, zuid de Neteringsgraaf, noord den Hoefdijck

-       3 hond weiland daar teijnden aan, noord de Neteringsgraaf

Beiden percelen samen belast met 7 stuijvers rente aan St Teunis Gilde alhier, verder 2-9-0 aan het weeshuijs te Den Bosch

-       11,5 hond weiland neffens de Kerkdijck , oost en noord de erfegenamen Juffr. Van Heesch, west de Kerkdijck, zuid Adriaan van Creij, belast met 14 voet zeedijck paal 109, 6 voeten in paal 204, 6 voeten paal 232

Negende lot: Willemijn Bijvelt

-       1 lopens en 17 roeden weijland in den Smallencamp, oost  de verkrijgeresse, west Peter van de Ven, zuid de Nulandse straat, noord het Bosstraatje.

-       10 hond weijland in de voorgenoemde camp geringenoot als voor

-       een mergen alhier op het Groot Hoog , oost Johannes Verstege, west de gemeente, zuid de Nulandse straat, noord de Neteringsgraaf . Voorgaande percelen belast met 6 voeten zeedijck in paal 194, 14 voet in paal 318.

-       2 lopens en 6 roeden teulland alhier op de Wolfsdijck, rondom de Heer van Nuland

Tiende Lot: Gerardus Bijvelt

-       3,5 mergen land onder Rosmalen in de Vreij, oost Francis Ploegmakers, west Willem van Zoggel, noord de Hoefdijck, zuid van Warmond, belast met 21 voet zeedijck paal 338

-       3 hond hooiland op het voorst Nuland, oost Hendrik van Zutphen, west erfgenamen Marie van Heesch, zuid de Neteringsgraaf, noord de Wetering, belast met 3 voeten Zeedijck, paal 6

-       2 hond weiland alhier opt Hoog, oost de Heer Perdijck, west Baltus Langens, zuid den Hoogenwegh, noord de Neteringsgraaf, belast met 2 voet zeedijk, paal 231

Elfde Lot: Baltus Langens

-       2 mergen 1,5 hond hooiland te langst overt Nuland , oost de Heer van Crohnen, west Peter Hoefs, zuid de Neteringsgraaf

-       1 mergen hooiland in de gemeene hoeve , oost Adriaan van Creij, west Job Baars, zuid den Hoefdijck

-       1 mergen weiland ,  de benedenste gelegen alhier opt Groot Hoog , oost Jenneke van Rooij, west Jacobus van Berkel, zuid de Nulandse straat, belast met 6 voet zeedijck paal 45, 13,5 voet in paal 109.

Tekenen: Gerardus Bijvelt, Geert Geelings, Baltus Langens, Jacobus Adriaans van Creij, merk Anna Geertruijda van Creij, Jan van Grinsven, Johanna van Crij, Geert van Creij, Adriaan Willems van Creij, Francis Ploegmakers,

Gerit van Gogh, loco officier, Dirk Verstege, merk Jan Spierings, J Quirijns secr.

 

Blz 258 dd 30 april 1766

Compareert Jan van Sleeuwen aan de ene kant en Marie Hendrik Hanegraaf (2/5e deel) , weduwe Willem van Schijndel aan de andere kant, naast haar zoon Adriaan van Schijndel, maken deling van de goederen van Hendrik Hanegraaf, vader van genoemde Marie Hanegraaf en grootvader van Jan van Sleuwen (1/5e deel) en Adriaan van Schijndel

Aan: Jan van Sleeuwen: ( 1/5e deel)

-       perceel teulland in de streepen, groot 1 lopens en 25 roeden, oost de Heer Casterius, west Adriaan van Aalst, zuid Matijs van Creij, noord Lammert van Rooij

-       1/4e deel in de grote Garstakker gelegen alhier in het Vinkel, groot voor dit gedeelte 1 lopens en 12,5 roeden, oost de straat, west het volgende lot, zuid Jan Ruijs, noord Heer van Nuland,

-       1/5 deel in een heijcamp gelegen alsvoor groot in het geheel 7 lopens, oost Willem Vorstenbosch, west het volgende lot, met een vaarwegh daar over en met de last van overwegh, van de andere 4/5 delen.

Aan: Marie Hendrik Hanegraaf ( 2/5e deel in eigendom en 2/5 deel in tocht voor zoon willem van Schijndel) 

-       perceel land genaamd de Kromstukken gelegen alhier int Vinkel, oost en west Lammert van Rooij, zuid Willem Vorstenbosch, noord Adriaan van Aalst, groot 1 lopens en 47 roeden

-       ¾ deel van de grote Garstakker gelegen alhier in het Vinkel, met het huijs daar op staande, groot 3 lopens en 37,5 roeden, oost het vroige lot, west en zuid Willem Vorstenbosch.

-       4/5 deel in een heijcamp gelegen alsvoor groot in het geheel 7 lopens, oost vorige lot, west Piet van Venrooij, zuid Lammert van Rooij, noord de Heer van Nuland.

-       ½ van 4 lopens en 35 roeden teulland alhier bij de molen, oost Juffr. Lemmingh, west Cornelis van Gemonde, zuid de heij en noord een wegh, belast met 1,5 vat rogge aan het Geefhuijs te Den Bosch

-       perceel teulland onder Geffen in den Litbergh, groot 47 roeden, oost de weduwe Jan van Creij, zuid de straat, noord Leendert van der Goor c.s.

-       ½ van 1/4  deel van  een houtvelt aldaar groot voor dat part 11,5 roeden, west weduwe Jan van Creij, zuid de straat

Deze beide percelen belast met 5,5 vat Rogge jaarlijks aan Rentmeester Tengnagel

-       5 hont hooiland onder Teeffelen, land van Megen,

Dit lot belast met 2 vaten rog aan de armen alhier. Item: Rente van 4 gulden aant Blok van het Hinthamereind beiden uit het huis en ¾ deel van de Garstakker.

Tekenen: merk Jan van Sleeuwen, merk Marie Hanegraaf, Adriaan Willems van Schijndel, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns, secr

 

Blz 265 dd 30 april 1766

Compareert Marie Hanegraaf, weduwe Willem van Schijndel, geassisteerd door Jan van Sleeuwen. Machtigd haar zoon Adriaan van Schijndel om over te dragen aan Antonie Leenders wonend te Osch van 5 hond hooiland gelegen onder Teefelen in het Graafschap Megen. Voor de som van 75 gulden.

Tekenen: merk Jan van Sleeuwen, merk Marie Hanegraaf, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns, secr

 

Blz 267 dd 3 juni 1766

Compareert Jan Wolfs oud president van Nuland, oud omtrent 76 jaar, verklaart op verzoek van RA Wierdsma, dat de groote en gemene heerbaan binnen dese HH van ouds heeft gelopen door de straat genaamd de Sant straat en dat de passagie aldaar door het verstuijven der duijnen  aan en bij deselve straat gelegen belemmert sijnde geworden, de selve herbaan verlegt door de straat alwaar jegenswoordig aan de zuijdzijde jegens gelegen en geerft is het gemeentens ven benevens de Huijsinge Duinendaal en aan de noordzijde De Heer van Rijn en de weduwe Sijmen Bosch en dat deselve herbaan alsdaan heeft gelopenb door de HH Geffen ter plaatse genaamd het Geffens Velt, verder door de Groenstraat en vervolgens ter plaatse voornoemd en voorts voorbij den Rosmalense Molen na Den Bosch, dat vervolgens de selve Herbaan na enige jaren in voegen voornoemd te hebben gelopen eijndelijk is verlegd per plaatse alwaar deselve alsnog is leggende dog dat de voornoemde straat schietende langs Duijnendaal egter sedert die tijd alteid is gebleven een gemeene weg waardoor een ider gepermitteert is geweest met kar en paard en ander rijtuijg te rijden en alteid zonder verhindering is gebruikt geworden. Toen hij in de regering alhier zat over dezelve straat de schouw op diffrente reijsen heeft gevoerd, hij voegt eraan toe daar vaak te zijn geweest, de schapen er heeft gehoed, en de weg met karren  en andere rijtuigen heeft zien gebruiken en passeren,

Tekenen: Jan wolfs, Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, J Quirijns, secr.

 

Blz 270 dd 9 juni 1766

Compareert Anneke Gerit Bosch wonend alhier en in haar 82e jaar en Isabella Adriaan Spierings wonend alhier, oud 77 jaar, verklaren voor drossaard RA Wierdsma, dat zolang zij weet de straat waar jegenswoordig jegens aan de zuidzijde gelegen en geerft is het gemeentens ven en de huisinghe nu genaamd Duijnendaal toebehorende aan de Heer van Crohnen, en aan de noordzijde de Heer van Rijn en de weduwe Sijmen Bosch, is geweest een een gemeene baan of wegh na Den Bosch of elders waardoor het een ider gepermiteert is geweest en nog is met kar en paard en ander rijtuigen te varen of te rijden, zonder dat imand haars wetens zulx ooit is belet geworden. Ze hebben ook horen zeggen dat bevorens ook zoodanige wegh off baan is geweest nu genaamd de Santstraat dog dat deselve aldaar door het verstuijven der duijnen is belemmert geworden. Ze hebben beiden meer dan 40 jaar aan de genoemde straat schietende nevens Duijnendaal gewoond .

Tekenen: merk Anneke Gerit Bosch, merk Isabella Adriaan Spierings, Hendrik van Bakel, merk Jan Spierings, J Quirijns

 

Blz 272 dd 21 juni verpacht, getekent na het hoogsel 26 juni 1766

Op de condites van het jaar 1765 staande op folio 65v, zal de Heer en Mr Jacob Speelman openbaar verpachten hooilanden voor het jaar 1766

-       16 hont op het voorst en middelst en agterst Nuland  door Dirk van Vugt op 32-10-0, 2 slagen 0-10-0, borgen Willem Compeers en Peeter Quack.

-       3 hont te langs overt Nuland door Jan van Houtum 16-0-0, 3 slagen 0-15-0, borg Gerit Suijskens en Jan van Dinter

-       2,5 mergen genaamd de Roosdomp, de bovenste door Hendrik Vorstenbosch op 17-10-0, 3 slagen 0-15-0, 1 slag 0-5-0, 4 slagen Peter van Boxtel, 1-0-0, borgen Francis van Berghem en Jan van Gestel

-       2,5 mergen aldaar de benedenste door Gerit Suijskens op 20-5-0, 1 slag 0-5-0, 2 slagen Jan Jansen van Creij 0-10-0, 2 slagen Hendrik Vorstenbosch 0-10-0, borg Gerit van Bakel en Jacobus van der Heijden

-       6 mergen in den eerste camp aan de hoefdijck door Jan Lammert Peeters 43-0-0, 2 slagen 0-10-0, 2 slagen idem 2-0-0, 3 slagen Antonie Hanegraaf 0-15-0 , 1 slag Jan Lammert Peeters 0-5-0, 2 slagen Jan Lammert Peters 0-10-0, boirg Herme van Lith en Dirk van Venrooij

-       14 hont in de eerste hoef aan de hoefdijck gepacht aan Peeter van den Bogaart 20-5-0, 2 slagen idem 0-10-0, 4 slagen Jan van sleuwen 1-0-0, borg Adriaan Willems van Schijndel en Piet van Venrooij

-       3,5 mergen naast de 14 hont door Herme Boerdonk op 35-0-0, 4 slagen 1-0-0, 2 slagen 0-10-0, borg Jan Lammert Peters en  Peeter van Meurs

-       3,5 mergen aldaar door Aart van Heesch 33-0-0, slagen 0-15-0, borg Gerit van de Ven, Gerit van Uden

-       4 mergen en 4 hont aldaar daar op volgende, door Jan van Houtum op 39-0-0, 2 slagen 0-10-0, borg als voor

-       4 mergen aldaar aan de agterdijck door Bastiaan Dirks 40-0-0, 2 slagen 0-10-0, 3 slagen Willem van der Leest 0-15-0, borgen Bastiaan Dirks en Peeter Quack

-       totaal 309-10-0

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Lambert van Bocxtel, J Quirijns

Blz 277 dd 21 juni 1766 getekent na het hoogsel 26 juni 1766

Op dezelfde condities verpacht Antonie Hanegraaf

-       2 mergen in de Korte Hoeve aan den Hoefdijck door Hendrik van Creijvoor 17-0-0, 2 slagen 0-10-0, 2 slagen Matijs van Creij 0-10-0, 2 dlagen Hendrik van Nuland, borgen Antonie van Nuland en Hendrik van Creij

-       2 mergen in de Rosmalense Hoeve in 4 mergen bij Reijne Cooij, aan de bovenste Cant, door Antonie van Nuland 13-5-0, 2 slagen 0-10-0, 1 slag Hendrik van Creij 0-5-0, borg Matijs van Creij en Hendrik van Nuland

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Lambert van Bocxtel, J Quirijns

 

Blz 279 dd 30 juli 1766

Gerit van Gogh, Dirk Verstegen, Jan Spierings, Handerik van Bakel, Lammert van Boxtel, Jan Ruijs en Hendrik van Gestel , schepenen, Jan van der Ven en Jan van Gogh,

Adriaan van Creij, kerkmeester  ( kerkmeester Jan Wolfs absent)

Adriaan Joost Hanegraaf en Cornelis van Gemonden, Armmeester

Jan van Boxtel gesworene  ( gesworene Roelof Hendrik van de Ven absent)

Uitmakende de 5 leden deser HH Nuland, verklaren op verzoek van de Heer Speelman, dat door zijn jager of het gezelschap dat hij bij zich had of door de jagt honden ooijt ofte ooijt wat teide van het jaar het ook was geweest, enige schaden aan ons coorn ofte veltgewassen hebben toegebracht, ze hebben ook van anderen geen klachten gehoord, wij waren zelfs blij door het jagen van de Heer.

Tekenen: Gerit van Gogh, Dirk Verstegen, Jan Spierings, Handerik van Bakel, Lammert van Boxtel, Jan Ruijs, Hendrik van Gestel, Jan van der Ven en Jan van Gogh, Adriaan Willems van Creij, Adriaan Joost Hanegraaf, Cornelis van Gemonden,

Jan van Boxtel, J Quirijns secr.

 

Blz 281 dd 31 juli 1766

Compareren Giele van Nuland, ca 42 jaar zijn huisvoruw Marie Zegers oud 40 jaar, bewonende en gebruikende de Couwaterse Hoeve, behorende aan de Heer van Crohnen

En Roelof Hendriks van de Ven bewonende en gebruikende de Hoeve van Oudenhoven, mede toebehoorende aan de Heer van Crohnen, eijgenaar van de huisinge  Duijnendaal en verklaren voor de Heer Jacob Speelman

Dat de eerste 2 op de genoemde hoeve ruim 8 jaar hebben gewoont

De derde dat hij bij pinxteren 1765 op de Hoeve van Oudenhoven is komen wonen,

Verklaren beide nooit enige schade door de jagt van de Heer gehad te hebben, en zeker niet door de Jager Koenraad Kijser, de Heer Ernst  en de Heer Beresteijn in het afgelopen jaart 1765. Ze hebben nooit klachten geuit aan iemand en ook niet aan de Heer van Crohnen. Roelof Hendricx van de Ven verklaart dat hij rond 14 september wel jager srond het huijs Duijnendal gezien heeft en heeft horen schieten, maar niet dat ze door schieten en schreeuwen zodanig rumoer hebben gemaakt dat iemand daar last van kan hebben gehad. Ze hebben ook niet gezien dat de jagers zo dicht bij het huijs en de schuur of strooij mijten hebben geschoten dat er brand zou kunnen ontstaan, hij is ook niet naar Duijnendaal toegelopen maar heeft rustig zijn werk gedaan.

De eerste twee hebben wel gehoord dat de jager een endvogel kreupel hadden geschoten, maar ze hadden zeker geen rumoer gemaakt. Giele verklaart dat hij door Willem Wellens wonende voor koetsier bij de Heer van Crohnen en Cornelis van der Ven wonende voor knegt bij dezelfde, dat dei end al lang tevoren kreupel was

Tekenen: Gielen van Nulant, merk Maria Zegers, Roelof van de Ven, merk Jan Spierings, Lambert van Bocxtel, J Quirijns

 

Blz 285 dd 31 juli 1766

Compareren Peeter van de Ven, oud president van Nuland, Jan Hendrik Rovers, Johannes Verstege, Peeter van Bocxtel, Schalk van der Ven, Jacobus Langens, Hendricus Jacobs van Creij, alle inwoners van Nuland, verklaren op verzoek van Heer Speelman, Heer deser HH, dat ze nooit last hebben gehad van het jagen en ook nooit van anderen klachten hebben gehoord.

Tekenen: Peeter van de Ven, Jan Hendrik Rovers, merk Johannes Verstege, Peeter van Bocxtel, Schalk van der Ven, Jacobus Langens, Hendricus Jacobs van Creij, merk Jan Spierings, lambert van Boxtel, J Quirijns

 

Blz 287 dd 4 aug 1766

Compareert Lourens van Gestel, wonend te Rosmalen, oud 50 jaar, verklaart op verzoek van Jacob Speelman, Heer van Nuland, dat Willem Wellens wonend voor koetsier bij de Heer van Crohnen, en Cornelis van de Ven wonend voor knegt bij deselfde, tegen hem gezegt hebben dat de end al enige dagen kreupel was voor de jagtpartij. Dat hij kort daarna sprak met de Heer Capiteijn van Crohnen, broer van de eijgenaar van Duijnendaal , en zie tegen hem: “je bent kwalijk onderrigt want de beide knegt hebben het al vertelt”, waarop de Capiteijn zei:  - met zijn hoofd schuddend: “ja Lourens wij zijn ook die mensch niet die rusie off actie zoeken”,

Tekenen: merk Lourens van Gestel, merk Jan Spierings Lambert van Boxtel, J Quirijnen

 

Blz 290 dd 27 augustus 1766

Compareert Bartus Gloudemans wonend te Nuland op de Hoeve van de Heer van Rijn, gelegen omtrent de huisinge Duijnendaal, oud ca. 59 jaar,  verklaart op verzoek van de Heer Jacob Speelman dat hij ruim 16 jaar op die hoeve heeft gewoond ( schuin tegenover Duijnendaal) en in die tijd nooit last heeft gehad van de jacht door de Heer van Nuland, hij heeft wel last gehad van de hoenders en kalkoenen van de Heer van Duijnendaal, en vorig jaar last van enkele varkens van Duijnendaal die in de boekweijt werden gevonden en dat hij daarop riep “als de hoender en kalkoenen geen schade genoeg konnen doen , dan stuurde de varkens en gij zult ten laatste de paarden en beesten nog wel sturen”, waarop de meijd van de Heer kwam en de varkens van het land haalde.

Op 14 september kwam hij met paard en kar van den Bosch langs Duijnendaal en zag de jager van de Heer Speelman, de swager van de Heer drossaard en nog een Heer ruzie maken met de Heer van Crohnen, zijn broer de Capiteijn, terwijl ze samen op de straat stonden onder voorpotingen van de Heer van Rijn, hij reed door en hoorde niet wat er gezegd werd.

Hij heeft geen schoten gehoord, en ook niet zo dicht bij de gebouwen dat er gevaar voor brand was, ook niet dat menschen troepsgewijs na Duijnendaal zijn gelopen om te sien wat daar gaande was, dat de hoeve en Duijnendaal in brand zou zijn geschoten of geweld werden aangedaan.

Hij heeft Jan Gerits van Bakel wonende voor knegt bij Jan Gloudemans, zijn broer, hoorde zeggen “ik geloof dat de Heer van Duijnendaal de jagers wil betichten dat zij een endvogel kreupel zouden geschoten hebben, maar die endvogel heeft wel 14 dagen gehinkt, want ik heb ze self met een klomp gegooid omdat ze op een gast Boekwijt zat.

Enige dagen daarna zag hij de jager met anderen jagen in de Strepen genmaamd Hemelrijk van de Heer van Crohnen, schietende en roepende niet anders als ordinair op de jagt gebruikelijk is. ( De domistuijnen van de Heer van Crohnen ). Met zijn huisjgezin keek hij steeds naar de jagers uit vrese dat er weer wat aan de selve zoude geschieden

Tekent: merk Bartus Gloudemans, Dirck Verstege, Hendrik van Bakel, J Quirijns

 

Blz 297 dd 2 september 1766

Compareert Jan Gloudemans, inwoner alhier, oud ca. 62 jaar, verklaart op verzoek van de Heer Jacob Speelman, Heer van Nuland dat hij 7 jaar heeft gewoond op de Hoeve van Oudenhoven toebehoorende aan JG van Crohnen, eigenaar van de huijsinghe Duijnendael, en daarvan scheidende van het huijs Pinxteren 1765  en van het teulland in het najaar, bloot aan de stoppelen, dat hij in de jaren dat hij de Hoeve gebruikte nooit last heeft gehad van de jagt van de Requirant, van zijn gezelschap, nocht van zijn jagthonden en geen schade aan het koorn is toegebracht, en zelfs het goed vond dat er gejaagd werd, want hoe minder wild ( konijnen, hasen en patrijsen) des te beter voor het gewas op het veld, hij zou zelfs de heer gevraagd hebben als hij wild zou bespeuren. Hij heeft nooit de Heer van Crohnen lastig gevallen met klachten over schade bij de jagt. Hij voegt eraan toe dat hij in de jaren dat hij de hoeve bewoonde vaak last had in koorn en veldgewassen die veroorzaakt werd door de paarden, varkens, schapen, eenden, hoenders van de genoemde Heer van Crohnen.

Tekenen: Jan Jansen Gloudemans, Gerit van Gogh, Hendrik van Gestel, J Quirijns, secr.

 

Blz 300 dd 18 september 1766

Compareert Cathaleijn Jansen van der Biesen, huisvrouw van Jan Gloudemans, woonachtig alhier, oud ca. 48 jaar, die verklaart op verzoek van de heer Jacob Speelman, Heer deser HH, dat Jan Gerrits van Bakel in september 1765, in die tijd voor knecht wonend bij hen, en haar vertelde dat hij een ongeluk had gehad met de enden van de Heer van Duijnendaal, zittende op de boekweijt garsten van ons, en heb met een bijhaak onder hen geworpen en er een geraakt, en heb hem onder de boekweijt gezet zodat de Heer Crohnen hem niet zou zien, en zij zei: zeg dat nooit tegens mijn man, omdat ik vreesde dat er enige verschil met de Heer van Duijnendaal kon van komen. ’s Avonds bleek de end verdwenen en aangenomen werd dat de end weer bekomen was, terwijl hij gevreesd had dat hij hem gedood had.

Tekent: merk Catelijn Jansen van der Biesen, Gerit van Gogh, merk Jan Spierings Hendrik van Gestel loco secr.

 

Blz 302 dd 18 sept 1766

Compareert Jan Gloudemans, inwoner  alhier, oud ca. 62 jaar, verklaart op verzoek van Mr Jacob Speelman, heer van Nuland, dat op 13 september 1766 in zijn huijs is gekomen Jan Gerits van Gerwen, zijnde een arbeider van de Heer van Duijnendaal dat ik om half elf uur bij de Heer van Crohnen moest komen,  en daar aangekomen in zijn eerste kamer op de straat uitkomend, zaten de Heer en Mevr. Van Crohnen, eigenaars van het huijs Duinendaal. De heer zei “gaat daar zitten maar doe eerst de deur in het slot en vragend “wel Gloudemans wat heb ik gehoord, zedert dat ik van huijs ben geweest, heeft uw Speelman menende daar door de Heer van Nuland, niet ontboden? Waarop ik antwoordde: “ja, mijn Heer”. En vertelde dat hij niets dan de opreghte waarheijd gezegd had, “dat de burgemeesters mij laten betalen de last ghij mijn Heer betalen moest, en dat ghij den wallen van mijn land hetwelke ik van u gehuurd had, door uw arbeiders rondsom met aardappels heb laten setten, en dat ghij mijn heer uw schapen in den Hoeff van mij alwaar maar gras was, en dus mij beroofde van van het gene ik in huur had. De Heer van Crohnen vroeg wat ik nog meer gezegd had, maar ik heb niets meer willen zeggen. Daarop liep de Heer van Crohnen met een kwaadaardigheid naar hem is toegeloopen, hetgeen hem deed verschrikken en hem deed opstaan, met intentie om naar huijs te gaan, maar zodra ik de deur van het slot had en in de gang komende liep de Heer van Crohnen mij so sterk op het lijf dat ik meende op de grond te vallen, maar ben op de been gebleven omdat ik mijn hand op de deurstijl had. Daarop zei ik tegen van Crohnen: slaat of stoot mij niet, waarop van Crohnen mij weer in de kamer stiet en tegen mij met quadaardigheijd zei “ Gij oude Schelm, gij oude schurk, gij hebt wel meer gesegt”, waarop Gloudemans zei dat Crohnen eerder had gezegt de schriften van de Heer van Nuland te zien te krijgen en dat hij dan wel zou zien wat ik verklaart had. Gloudemans wilde weer naar huijs gaan, maar Crohnen stiet hem in zijn  gezicht, en mevrouw trok hem aan de kleren weer de kamer in. Maar toen ik niets meer wilde zeggen ging de Heer naar een andere kamer en ging ik naar huis , waarbij Crohnen hem toeriep “ik zal u oude schelm wel doen toekennen”.

Tekent: Jan Jansen Gloudemans, Gerit van Gogh, merk Jan Spierings hendrik van Gessel, loco secr.

 

Blz 307 dd 18 sept 1766

Compareert Jan Gerits van Bakel, wonend onder Rosmalen, 18 jaar oud, verklaart 2 jaar voor knecht te hebben gewoond bij Jan Gloudemans, in 1766 bij St Pieter afgegaan. Hij heeft in de oogst Boekwijt gemaijt voor zijn baas Jan Gloudemans op een stuk land tussen de hoeve door Giele van Nuland bewoont wordende en de Middeldreeff van de waranda van de Heer van Crohnen, eijgenaar van Duijnendaal en daar een geheel partij eenden gezien toebehorende aan Heer van Crohnen zittend op de Boekweijt gasten en daarmee de granen van zijn baas benadeelden en voelde me verplicht hen te verjagen, ik raakte er een die ik onder een gast Boekwijt verstopte, vertelde het aan zijn vrouw, die me vroeg het niet tegen haar man te zeggen, bang dat er een kwestie met de Heer van Crohnen van zou komen. ‘s Avonds was de eend weg, terwijl “ik meende dat ik de vogel hartstekende dood gegooijt hadde”.

Tekent: Jan Geerts van Bakel, Gerit van Gogh, merk Jan Spierings, Hendrik van Gessel, loco secr.

 

Blz 310 dd 2 okt 1766

Voorwaarden voor de openbare verkoop door Judocus van der Sande van goederen voor zijn vader  Peeter van de Sande, weduwnaar van Agnes Govers, voor zichzelf en zijn broers Peter en Johannes van der Sande en voor Peter Nijmans gehuwd met zijn zuster Cornelia van de Sande, volgens authorisatie te Gelder 27 sept 1766

-       2 mergen 3 hond weiland op het Groot Hoog, oost Heer van Nuland, west Jacobus Langens, zuid de straat, noord de Neteringsgraaf, belast met 15 voet kepkensdonkdijk, ingezet door Hendrik Hanegraaf voor 334 gulden en daarop afgehangen met 10 slagen , komt op 10-0-0. Hendrik Hanegraaf verklaart deze koop gedaan te hebben voor hemzelf en Jan Joosten Hanegraaf. Borg Jan van Vugt en Gerit van Gogh.

-       8 hont hooiland onder Lithoijen in Stekkamp, belend oost Antonie van Gerwen, west den nieuwen Steeg, zuid Jan Waterlaat c.s., noord den Broekgraaf, gemeen en onverdeelt met Adriaan van de Rakt, ingezet door Gerardus van Leuken op 150 gulden, gemijnt door de selve op 155 gulden, 20 slagen van 1 gulden. Borgen Jan van Vugt en Hendrik Hanegraaf.

-       1 mergen hooiland onder Lithoijen in Hillen Hoef, oost Peter van de Laar, west Pieter Timmermans, zuid de Weerscheut, noord de weduwe Peter Langens, ingezet door Jan van Vugt op 150 gulden afgehangen tot 160 gulden en het is opgehouden,

Tekenen: Judocus van der Sanden, RA Wierdsma, Dirck Verstege, Lambert van Bocxtel, J Quirijns secr.

 

Blz 327 dd

Definitieve verkoop,

Tekenen: Hendrik Hanegraaf, Gerardus van Leuken, Jan van Vugt, Dirck Verstege,Gerit van Gogh, Hendrik van Gessel, J Quirijns secr.

 

Blz 328 dd 6 december 1766

Johanna van den Bosch, alhier in ondertrouw met Peter van Boxtel, zegt geen borgbrief van haar schepenen in Den Bosch te verkrijgen, compareren nu Lammert van Boxtel als tochtenaar, Gerit van Boxtel en Paulus van Vugt, gehuwd met Magrita van Boxtel, verklaren haar te zullen onderhouden als ze tot armoede komt te vervallen, voor 300 gulden.

Tekenen: Lammert van Boxtel, Gerit van Boxtel, Paulus van Vugt,

Dirk Verstege, merk Jan Spierings, J Quirijns secr.

 

Blz 329 dd

Voorwaarden voor de openbare verkoop door Hendrien van Gestel, weduwe en erfegenaam van Hendrik van der Aa, geassisteerd door Augustinus van der Aa, haar gekzoen momboir, van een perceel teulland genaamd het Geercampke, gelegen te Nuland in t Vinkel, groot 2 lopens met zijn houtwas en voorpotinge, oost Antonie Vorstenbosch, west de straat, zuid Augsutinus van der Aa, noord Lammert van Rooij, uitwegh mag niet meer over het erf van Augustinus van der Aa mogen zijn, hij moet een nieuwe uijtweg zoeken, ingezet door Jan Joosten Hanegraaf voor 146 gulden, en afgehangen tot 170 gulden opgehouden.

 

Blz 339 dd 8 januari 1767

Verzoek van Geurt Crijne wonend alhier om een perceel teulland onder Rosmalen in Kattenbosch, groot ca. 5 lopens, in tocht van hem, zijn broer en zuster en zijn dochter ten erfrecht, om redenen dat de verkoper al meer dan 20 jaar geen voordeel van het land heeft genoten en er nu een kans zich voordeed om het te verkopen, en mede gezien het schriftelijk advies van de naaste vrinden van vaders en moeders kant, schepenen gaan acoord als het meer dan 17 gulden opbrengt voor de dochter,

En de opbrengst voor haar te besteden.

Tekenen: RA Wierdsma, Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Hendrik van Gessel, merk Jan Spierings, Lambert van Boxtel, Dirck Verstege, J Quirijns, secr.

 

Blz 341 dd 27 jan 1767

Compareren Peter van Mil en Peter Hendrik Rovers, inwoners alhier, verklaren op verzoek van RA Wierdsma, de eerste herhaalt zijn verklaring van 2 april 1766 , hij voegt eraan toe dat hij duidelijk heeft gezien dat Francis van Berchem met een knuppel of ander instrument aan Peter Rovers een slag toebracht op het hoofd, dat het bloed langs het aangezicht naar beneden liep.

Peter Rovers verklaart dat hij daarbij was en gewaar werd enig gevecht of krabbelvuijsten tussen 2 personen die hij niet kende omdat de kamer zo vol was. Later hoorde hij dat het Jan Evers, knegt van zijn broeder Jan Rovers en Peeter Bogers. Samen met zijn broeder zijn ze toegeschoten om de vechtende te scheiden, nadien kwam hij in de keuken Hendrik Hanegraaf tegen, zoon van Antonie Hanegraaf, die hem vroeg waarom ze aan het vechten waren, maar Rovers verwees hem naar de vechtende in de kamer. Daarop zei Hanegraaf “Sla, sla”en dat Francis van Berchem en anderen kwamen toeschieten en van Berchem hem sloeg en een zware wond toebracht en hij op de grond liggend nog verschillende slagen kreeg van anderen die hij niet weet te onderscheiden.

Akte is niet getekend!

 

EINDE

Laatst aangepast op maandag, 27 augustus 2012 22:29

Geef ons uw mening

Ga naar boven